Acute PsychiatrieMenu
Acute Psychiatrie

17. Intoxicaties met hallucinogenen

J. Veraart, M. van Noorden, A. Schellekens, J.J. Luykx

Achtergrond

Hallucinogenen danken hun naam aan het vermoeden dat deze middelen frequent hallucinaties teweegbrengen, maar dit gebeurt niet bij iedere intoxicatie met een hallucinogeen. Hallucinogenen veroorzaken vaak een acute verandering in denken, perceptie en stemming. Er bestaan natuurlijke hallucinogenen die gewonnen worden uit bepaalde paddenstoelen (psilocybine), cactussen (mescaline) of planten (ayahuasca, ibogaïne, salvia). Daarnaast zijn er synthetische stoffen zoals lsd (lysergzuur di-ethylamide), mefedrone (4-methyl methcathinone), PCP (phencyclidine), ketamine en 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine). Tot slot kan nootmuskaat ook hallucinogene effecten teweegbrengen. Hallucinogenen stimuleren de serotoninereceptor (5-HT2A), waardoor veranderingen van de autonome functies, motorische reflexen, perceptie en gedrag ontstaan. Verschillende psychostimulerende en -dempende middelen kunnen eveneens gepaard gaan met hallucinogene effecten, zie hiervoor de standaarden ‘Intoxicatie met psychostimulantia’ en ‘Intoxicatie met dempende middelen’. Voor meer informatie over de verschillende middelen en antidota, zie www.toxicologie.org.

Epidemiologie

De prevalenties van ‘ooit gebruik’ waren in 2014 1,4% voor lsd en 4,2% voor paddenstoelen; en voor ‘gebruik in het voorgaande jaar’ 0,2% voor lsd en 0,5% voor paddenstoelen. Fatale ongelukken door lsd (overdosis) komen zelden voor. Er worden weinig paddo-gerelateerde incidenten gemeld (naar schatting 1 op de 50.000). In 2009 zijn 5 paddo-gerelateerde fatale ongevallen in Amsterdam voorgevallen, waarbij in 3 gevallen dit een combinatie met andere drugs betrof (alcohol, cocaïne, heroïne). Onder adolescenten en jongvolwassenen uit de Amsterdamse ‘party scene’ was het ‘ooit gebruik’ van ketamine 20%, van 2C-B 10% en van mefedrone 5% in 2014.

Differentiaaldiagnose

  • Psychose, paniekstoornis, manie, persoonlijkheidsstoornissen (cluster-B), dementie en een acute stressstoornis.
  • Een intoxicatie met medicatie of stimulantia, een delier, onttrekking van alcohol of meningitis.
  • Hypoglykemie, epilepsie, stofwisselingsziekten en oogaandoeningen.
  • Denk bij uitgesproken hoofdpijn, een gedaald bewustzijn en focale neurologische tekenen aan intracraniële bloedingen of laesies.

Aandachtspunten anamnese

  • Gebruik: wat is ingenomen, op welk tijdstip, is er sprake van structureel of sporadisch gebruik, co-inname met andere middelen, recreatief gebruik of een auto-intoxicatie in het kader van suïcidaliteit? Als paddenstoelen in het wild zijn geplukt, wees dan altijd bedacht op de mogelijkheid van (co-)ingestie van andere toxische paddenstoelen of verontreiniging met schimmels en mijten.
  • Meest voorkomende psychiatrische verschijnselen: veranderingen in denken (van lichte grootheidsgedachten tot ernstige paranoïdie en overschatting van de eigen capaciteiten), ‘flashbackervaringen’, perceptie (vooral van de visuele waarneming, van lichte metamorfopsie tot visuele hallucinaties) en stemming (vooral euforie). De duur van de intoxicatie varieert van enkele minuten (salvia) tot enkele uren (lsd).
  • Minder vaak voorkomende psychiatrische verschijnselen: een ontspannen gevoel, ongecontroleerd lachen, rusteloosheid, angst, veranderd tijds- en afstandsbesef, derealisatie en depersonalisatie. Van een ‘bad trip’ wordt gesproken bij ernstige paniekaanvallen, agitatie en/of ernstige psychose. Hallucinogen Persisting Perception Disorder (HPPD) komt niet vaak voor (geschat wordt bij 4,2% van de gebruikers), ontstaat vaak kort na het gebruik, maar kan maanden of zelfs jaren nadat hallucinogenen zijn gebruikt, aanhouden. Het syndroom werd met name bij lsd-gebruik gerapporteerd en in de meeste gevallen betrof het multidruggebruikers of patiënten met een psychiatrische aandoening.
  • Overige verschijnselen: sufheid, duizeligheid, een slap gevoel, spierpijn, ataxie, buikpijn en mydriasis.
  • Heteroanamnese: vanwege het illegale karakter wordt het gebruik niet altijd door de patiënt zelf gemeld.

Aandachtspunten psychiatrisch onderzoek (zie ook Aandachtspunten anamnese)

  • Regelmatig: visuele, auditieve, olfactorische, gustatieve, tactiele illusies of hallucinaties, metamorfopsie en een subjectief veranderde lichaamsbeweging, caleidoscopische visioenen of hallucinaties en het zien van geometrische figuren (m.n. bij lsd) of de ‘sporen’ van dingen die bewegen. Tweedimensionale objecten kunnen driedimensionaal worden waargenomen of andersom (m.n. bij salvia). De illusies of hallucinaties kunnen angsten paniekaanvallen veroorzaken. Verder kunnen optreden: voorbijgaande euforie of dysforie, agitatie en desoriëntatie.
  • Soms: macropsie of micropsie (syndroom van Alice in Wonderland), synesthesie (bv. het ruiken van een geur bij het zien van een bepaald object), depersonalisatie en derealisatie.

Aandachtspunten lichamelijk onderzoek

  • ABC: controleer ademhaling, hartslag en ademfrequentie.
  • Algemeen lichamelijk onderzoek en neurologisch onderzoek: bloeddruk (hypertensie), pols (tachycardie, ritmestoornis), pupilwijdte en reactie op licht (mydriasis), lichaamstemperatuur (hyperthermie) en pilo-erectie. Slaperigheid, ataxie, een gevoel van zwakte, tremoren, twitching en paresthesie kunnen optreden. Ook worden effecten op het maag-darmkanaal gezien (nausea, braken, buikpijn en buikkrampen). Bij een overdosering bestaat een risico op complicaties door hyperthermie (rabdomyolyse, nierfalen, levernecrose en stolselvorming), ademhalingsstilstand, autonome instabiliteit, coma en convulsies (vooral bij kinderen).

Aandachtspunten aanvullend onderzoek

  • Toxicologiescreening in de urine: ter controle van gebruik van andere middelen. De meeste tests screenen niet op hallucinogenen; differentiatie tussen soorten hallucinogenen is niet van belang voor de behandeling.
  • Bloedonderzoek: creatinine, elektrolyten, glucose, lever- en nierfunctie, troponine, CPK.
  • Bij verdenking of niet kunnen uitsluiten van cardiale klachten: ecg, ritmebewaking.

Behandeling (identiek aan die bij ‘Intoxicaties met psychostimulerende middelen’)

Algemeen

  • Screen iedere intoxicant somatisch. Overweeg opname met intensieve monitoring (hartslag, bloeddruk en zuurstofsaturatie totdat stabiele waarden gedurende enige uren zijn verkregen).
  • Overleg bij twijfel met een internist of intensivist.
  • Houd contact met de patiënt, blijf transparant communiceren naar patiënt en de omgeving, stel een eerste contactpersoon aan. Overweeg fixatie bij ernstige agitatie en wilsonbekwaamheid om te kalmeren en patiënt tegen zichzelf te beschermen.
  • Bij aanwijzingen voor afhankelijkheid: verwijs na de acute fase door naar de verslavingszorg.

Medicamenteuze opties in geval van acute agitatie

Zie hoofdstuk 1.

Referenties

versie: 1.1